Krak. En daar gaat mijn knie weer.

Ik stap uit bad. Eén stap. Heel gewoon, heel onschuldig. En dan: krak.

Een pijngolf die door mijn hele lijf schiet. Ik schreeuw het uit. Mijn dochter schrikt zich rot en ik ook, heel erg. "Haal snel papa," zeg ik tussen het huilen door, en daar gaat ze. Mijn dochter, in haar nakie, de tuin op om mijn man te halen. Als dat niet het bewijs is dat kinderen in crisissituaties opeens heel efficiënt kunnen zijn.

Hij helpt me overeind en dan komt het pas echt: ik begin keihard te huilen. Niet omdat het zo'n pijn doet (al doet het dat zeker), maar omdat ik het meteen wéét. Mijn meniscus is weer gescheurd.

"What just happened?"

Negen jaar geleden scheurde ik 'm tijdens yoga, van alle plekken. Toen werd hij gehecht en kon ik weer lopen. En nu, gewoon door uit bad te stappen, gebeurt het opnieuw. Geen heldendaad, geen val van een berg: gewoon bad, stap, krak.

Terwijl ik op de bank lig en het allemaal op me af laat komen, zit mijn dochter naast me. Ze kijkt me aan terwijl ik alles bij elkaar huil, en ik leg haar uit waarom mama zo verdrietig is. Ze legt haar handje op mijn arm. Zo jong, en al zo empathisch. Dat handje deed bijna net zoveel goed als de paracetamol.

Het mag er allemaal zijn, denk ik dan. Ook voor haar. Ook voor mij.

Van krak naar operatietafel in vijf dagen

Wat volgde ging absurd snel. Zaterdag de scheur, maandag bij de huisarts (die overigens al aan mijn gezicht zag wat er aan de hand was… ik ben blijkbaar heel voorspelbaar in mijn pijngezicht), woensdag röntgen en MRI, vrijdag de orthopeed, en de woensdag daarna al onder het mes.

Ik ben dankbaar dat het zo snel kon. Maar mijn systeem had moeite om het bij te houden. Als HSP voel ik dingen al snel diep, en dan moet alles ook nog in een rotvaart gebeuren. Mijn lijf en hoofd kregen geen moment om "oh wacht, even bijkomen" te zeggen voordat de volgende stap er al was.

Wat narcose met je doet (en niemand je vertelt)

De operatie is goed gegaan, al was de meniscus dit keer niet meer te hechten. Op de lange termijn betekent dat een groter risico op slijtage van het kniegewricht. Dus: eerst genezen, en daarna aan de slag met sterkere spieren en een gezonder gewicht, om dat risico zo klein mogelijk te houden. Maar dat is voor later. Nu is het: herstellen.

En dat herstel is gekker dan ik me herinnerde. Dit was niet mijn eerste keer onder volledige narcose. Mijn galblaas ging drie maanden geleden eruit. Maar de stapeling voel ik nu pas goed. Narcose is bizar spul. Ik ben kapot, maar slaap slecht. Ik ben verdrietig, met gedachten die door blijven malen.

Ik weet dat dit verwerking is. Ik weet dat het beter wordt. Maar weten en voelen zijn twee heel verschillende dingen, zoals ik mijn cliënten ook altijd voorhoud.

Mezelf het advies geven dat ik anderen geef

En dat is misschien wel het meest confronterende stukje van dit hele verhaal: alles wat ik mijn HSP-cliënten meegeef over rust, grenzen en ruimte voor gevoel, moet ik nu zelf weer in de praktijk brengen. Advies geven is namelijk heerlijk makkelijk vanaf een afstandje. Het zelf doorleven? Een ander verhaal.

Toch geeft het me houvast. Anderen helpen geeft me energie, en ik begin te ontdekken dat mezelf helpen ook ruimte mag krijgen, zonder schuldgevoel, zonder dat ik daarvoor iets hoef te "verdienen".

Dus hier lig ik. Met mijn knie omhoog, mijn hoofd vol gedachten, en een dochter die af en toe nog checkt of mama's knie al beter is. Geen mooi afgerond einde, geen strik erom. Gewoon: dag voor dag. En dat mag.

Volgende
Volgende

HSP en seizoensverandering: dit gebeurt er in jouw brein en lijf