The Backrooms, liminal spaces en je comfortzone: wat een horrorfilm me leerde over groeien als HSP
Gisteravond op de bank, deken over mijn benen, thee koud geworden voordat ik er ook maar een slok van nam, heb ik The Backrooms (2026) gekeken. En zoals eigenlijk altijd na een film die iets met me doet, zat ik daarna nog een uur met ChatGPT te praten over wat het verhaal nou eigenlijk betekende. Ja, ik weet hoe dat klinkt. Maar ik vind het gewoon heerlijk om zo’n verhaal helemaal uit te pluizen tot ik snap waarom het me raakte. En deze keer bleef het echt hangen. Onder al die gele tl-lampen en eindeloze gangen zat namelijk een verhaal dat me confronteerde met iets wat ik zelf ook ken: vastzitten in een patroon en niet goed weten hoe je eruit komt.
Het is überhaupt een beetje grappig, ik als HSP die dol is op horror. Ik ben degene die soms een winkel uit moet lopen omdat er te veel prikkels zijn, en tegelijk lig ik ’s avonds vrijwillig te griezelen van een urban legend. Ik leg het je uit. En wat de film met patronen te maken had. En waarom groeien, denk ik, soms gewoon betekent dat je het raam pakt in plaats van de deur die je allang uit je hoofd kent.
Waar de film over gaat (zonder het te verpesten)
Kane Parsons is de maker, pas 21, en de film is eigenlijk een uitvergroting van zijn eigen YouTube-serie, die weer voortkwam uit die bekende Backrooms-creepypasta die al jaren op internetforums rondzwerft. Het verhaal: een meubelwinkel-eigenaar genaamd Clark en zijn therapeut Mary stuiten op een deur in de kelder van de zaak. Achter die deur blijkt een oneindig netwerk van kamers en gangen te zitten, buiten onze werkelijkheid, waar tijd anders werkt en waar je continu het gevoel hebt dat er iets op je wacht. Meer ga ik niet verklappen, want juist dat gevoel van desoriëntatie, dat je niet precies kunt benoemen wat er niet klopt, is waar de film zijn kracht uit haalt.
Waarom een lege gang enger is dan een monster
Dit hele idee heet liminal space, en het fascineert me al jaren. Het gaat over plekken die tussen twee dingen in hangen. Niet meer wat het was, nog niet wat het wordt. Een leeg schoolplein in de zomervakantie. Een winkelcentrum na sluitingstijd. Een hotelgang om drie uur ’s nachts. Het zijn plekken die gemaakt zijn om doorheen te lopen, niet om in te blijven hangen, en juist dat maakt ze zo vreemd zodra je er wél blijft staan.
Er is trouwens best wat onderzoek naar gedaan waarom dat zo werkt. Je brein is de hele tijd aan het voorspellen wat er zou moeten gebeuren. In een gang verwacht het geluid, beweging, mensen. Blijft dat weg, dan klopt er iets niet in die voorspelling, en in plaats van te ontspannen schiet je juist in de waakstand. Precies het systeem dat vroeger hielp om op tijd een roofdier te spotten, nu afgevuurd op een verlaten parkeergarage. Ik heb dat zelf letterlijk gehad, in een leeg kantoorpand ’s avonds laat. Dat kippenvel is niet ingebeeld, het is gewoon een heel oud alarm dat niet meer precies weet waar het op moet letten.
En dat is volgens mij ook waarom dit sub-genre me zo aantrekt. Het is geen goedkope jumpscare-horror. Het is een metafoor met een deur eraan. Tussen twee werelden in zitten, niet meer waar je vandaan komt, nog niet waar je heen gaat. Als HSP heb ik dat gevoel best vaak, alleen dan zonder de gele gangen.
Waarom ik, van alle mensen, dol ben op horror
Ik snap dat het niet voor de hand ligt. Overprikkeld raken in een drukke Jumbo, maar wel bewust kiezen voor spanning en griezel op de bank. Toch klopt het als ik er echt over nadenk.
Bloed en gore doen niks voor me. Ik vind slasher-films met alleen schrikeffecten eerlijk gezegd nogal saai, en puur geweld blijft me veel te lang bij. Waar ik wél warm van word is horror met gelaagdheid. Symboliek, menselijkheid, een verhaal dat íets zegt over hoe wij als mensen in elkaar steken. Logisch eigenlijk, ik verwerk informatie diep en voel dingen intens, dus een verhaal met betekenis raakt me sowieso harder dan het gemiddelde mens. Oppervlakkige horror is voor mij ruis. Horror met diepte is een spiegel.
En er zit nog iets in: gecontroleerde angst. Een horrorfilm is een soort veilige oefenruimte. De wereld voelt al overweldigend genoeg als HSP, maar in een film bepaal ik zelf wanneer ik op pauze druk. Die controle, gecombineerd met een verhaal dat me echt raakt, is precies waarom ik na de aftiteling niet moe ben, maar juist wakker en aan het denken.
Het ging eigenlijk over patronen
Waar mijn gesprek achteraf echt landde, was bij patronen. Steeds dezelfde gang. Steeds dezelfde deur. Steeds dezelfde afloop, tot iemand eindelijk iets anders doet. En ik herkende mezelf daar meteen in, best confronterend eigenlijk. Hoe vaak neem ik niet, figuurlijk gezien, dezelfde route? Dezelfde manier om een lastig gesprek uit de weg te gaan. Dezelfde reflex om te veel hooi op mijn vork te nemen. Dezelfde gedachte die me tegenhoudt vlak voordat ik iets nieuws zou proberen.
Onze hersenen wennen aan routines die steeds terugkomen en raken juist in de war als er iets verandert. Dat is geen zwakte, dat is gewoon efficiëntie: als je brein niet elke dag opnieuw hoeft uit te vogelen hoe je ergens op moet reageren, houdt het energie over. En die angst voor het onbekende komt bovendien uit een heel oud stukje brein, ooit bedoeld om te vechten of te vluchten tegenover een wild dier, en nu getriggerd door een lastig telefoontje, een sollicitatie, een reis naar een land waar je de taal niet spreekt.
Dus als ik telkens diezelfde gang in loop, betekent dat niet dat ik faal. Het is mijn brein dat precies doet waar het goed in is: het bekende opzoeken. Bij mij, met een zenuwstelsel dat toch al harder werkt om alles te verwerken, is die trek naar het vertrouwde denk ik nog wat sterker dan gemiddeld.
Het raam in plaats van de deur
Op een gegeven moment in de film blijkt de weg vooruit niet te liggen in het steeds opnieuw proberen van diezelfde deur, maar in iets waar niemand meteen aan denkt: een raam. Dat beeld bleef bij me hangen. Zo werkt het bij mij namelijk ook. Ik vind zelden een nieuwe uitweg door harder te duwen tegen een deur die toch al zo vaak op slot bleek. Ik vind hem door bewust iets anders te proberen, ook al voelt dat onlogisch of eng of “hoort niet zo”.
Er is ook wat neurowetenschap die dit onderbouwt: als je iets nieuws probeert en fouten maakt, ontstaat er juist een sterker leersignaal in je brein. Er komt dopamine vrij die je stimuleert om de volgende keer een andere aanpak te kiezen. Elke keer dat ik dat andere raam kies in plaats van de vertrouwde deur, leg ik dus letterlijk nieuwe verbindingen aan. Niet in één keer. Gewoon, stukje bij beetje.
Dat NPC-gevoel
Dit is misschien het stuk dat me het meest raakte. De film liet iets zien wat ik zelf soms voel, en waarvan ik vermoed dat veel HSP’s en neurodivergente mensen het herkennen: het gevoel dat je vastgeroest zit in je eigen route, als figurant in je eigen leven. Alles voelt vlak. De wereld draait door, andere mensen lijken vooruit te gaan, en jij loopt diezelfde route, dag in dag uit, met een soort grijze filter erover. Niet per se ongelukkig. Maar ook niet echt levend.
Bij mij sluipt dat er meestal langzaam in. Niet na één rotdag, maar na weken waarin ik steeds voor het bekende koos omdat er simpelweg geen energie over was voor iets nieuws. Mijn systeem staat al zo vaak op scherp om alle prikkels bij te houden, dat de meest voorspelbare route soms de enige optie lijkt die overblijft. Het vervelende is dat diezelfde bescherming me op de lange termijn in een soort winterslaap houdt. Net als dat personage dat eindeloos door dezelfde gele gang blijft lopen. Veilig. Bekend. En eigenlijk best levenloos.
Wat helpt om die stap toch te zetten
Uit je comfortzone stappen als HSP betekent voor mij niet dat je jezelf overspoelt. Het is bewust, in je eigen tempo, een ander raam kiezen dan de deur die je allang kent.
Begin klein. Serieus, klein. Je brein bespaart liever energie, en een taak die niet te zwaar aanvoelt, pakt het brein eerder op. Dat zet je beloningssysteem aan. Die grote sprong, die reis naar het verre oosten, solliciteren op die functie waar je eigenlijk al maanden naar kijkt, wordt behapbaar zodra je eerst een paar kleinere ramen hebt geopend.
Probeer ook onderscheid te maken tussen jouw HSP-voorzichtigheid en pure angst. Niet elke aarzeling is een stopteken. Ik vraag mezelf tegenwoordig af: is dit mijn zenuwstelsel dat me beschermt tegen te veel prikkels, of is dit gewoon mijn oerbrein dat verandering met gevaar verwart? Meestal is het het laatste.
Kies ook even andere woorden voor jezelf. In plaats van “ik moet uit mijn comfortzone” zeg ik nu vaker: “ik kies een ander raam dan de deur die ik al ken.” Klinkt misschien flauw, maar het voelt minder als een aanval op mezelf en meer als een uitnodiging.
En beloon het ongemak zelf, niet alleen het eindresultaat. Schrijf op wat je spannend vindt, hang er een kleine beloning aan, en ga er eens per week eentje af. Voor HSP’s werkt dat goed, je viert de moed, niet alleen of het uiteindelijk lukte.
Plan ook gewoon hersteltijd in. Geen uitstel, gewoon rust na iets spannends. Dat hoort bij het proces, niet erna, maar er middenin.
En dan, welke ramen kun je zoal openen?
Die reis naar het verre oosten waar je al jaren van droomt. Solliciteren op die functie met meer verantwoordelijkheid. Een vriendschap loslaten die alleen maar energie kost. Iets creatiefs delen voordat het “af” voelt. Nee zeggen zonder je uitgebreid te verantwoorden. Alleen naar een markt of netwerkmoment gaan. Hulp vragen in plaats van het zelf op te willen lossen. Of gewoon een dag bewust leger plannen, zodat er ruimte overblijft voor iets onverwachts.
Waar het je uiteindelijk brengt
De personages die in de Backrooms blijven hangen in hun oude route, komen nergens. Pas op het moment dat iemand echt iets anders doet, verschuift er iets. Zo werkt het bij mij, in mijn eigen leven, ook. Elke keer dat ik een patroon durf te doorbreken, leert mijn zenuwstelsel dat nieuwe dingen niet automatisch gevaarlijk zijn. Er ontstaan nieuwe verbindingen. En ik voel mezelf weer een beetje meer mens worden, in plaats van figurant.
Ik ga heus niet elke week door een nieuw raam springen, dat is ook niet realistisch. Maar sinds gisteravond kijk ik toch anders naar de deuren die ik al zo goed ken. Misschien zit de betekenis, net als bij een goede horrorfilm, precies in het niet weten wat er achter dat volgende raam ligt.